Stichting ANGOB

 

Aanpak alcohol versmallen tot aanpak drinken beneden de 16 jaar
ALCOHOLBRANCHE WIL MEEREGEREN

Begin januari kwam een brief in de openbaarheid die de alcoholbranche (CBL, KHN en Stiva) op 18 oktober gericht had aan de minister-president over de aanpak van het drinken beneden de leeftijd van 16 jaar. De branche bood zijn volledige medewerking daarvoor aan, mits de regering zou afzien van een aantal andere maatregelen. Met andere woorden, de branche wilde meeregeren.

De brief van drieëneenhalf kantje begint met te constateren dat het alcoholgebruik onder jongeren een ernstig probleem is dat een snelle aanpak vereist. Opvallend is dat men pleit voor een snelle aanpak, niet voor een grondige of effectieve aanpak. Wilde men dat de regering snel zou beslissen, voordat andere partijen met andere plannen en andere argumenten naar voren zouden komen ?

Vervolgens gaat de brief in op een aantal maatregelen om het drinken beneden de 16 jaar te ontmoedigen waarover overeenstemming bestaat, of die reeds in voorbereiding zijn (meer toezicht op de naleving van de leeftijdsgrens, strafbaarstelling van jeugdige kopers, voorlichting aan ouders, aanpakken van de keten en hokken). De brief spreekt daarbij uitdrukkelijk over de bestaande wettelijke leeftijdsgrenzen. Is de branche beducht dat de roep, met name van medische zijde, om de leeftijdsgrens te verhogen tot tenminste 18 jaar, op den duur een meerderheid in de Tweede Kamer zal vinden ?

De alcoholbranche wil met de betrokken bewindslieden tot een gezamenlijke aanpak van dit probleem komen. Het stelt daartoe een "nationaal plan geen alcohol onder de 16 voor". Ter financiering van dat "nationaal plan" is de branche bereid een tijdelijke extra accijnsheffing gedurende vijf jaar te accepteren, die 50 miljoen euro moet opbrengen. Dat geld wordt beheerd door VWS, CBL, KHN en Stiva. De branche heeft bij het beheer dus een meerderheid van drie tegen één ! Het geld dient te worden besteed aan projecten die bijdragen aan het vestigen van de norm "geen alcohol onder de zestien".

In ruil voor zijn actieve medewerking aan dit "nationaal plan", wil de branche van de regering een aantal toezeggingen. Zo zouden er geen verdere accijnsverhogingen mogen plaatsvinden buiten hetgeen reeds voor 2008 besloten is, plus de voorgestelde tijdelijke verhoging ter financiering van genoemd "nationaal plan". De leeftijdsgrens van 16 jaar zou de landelijke en uniforme norm moeten blijven. Geen experimenten met verhoging tot 18 jaar per individuele gemeente, en evenmin landelijk. Het idee om supermarkten vergunningplichtig te maken voor de verkoop van zwak-alcoholhoudende dranken moet van de baan. De regering moet afzien van nieuwe aanpassingen van de Drank- en Horecawet die leiden tot een beperking van het aantal verkooppunten, of tot discriminatie van bepaalde dranken (mixdrankjes moeten dus in de supermarkt blijven en mogen niet naar de slijter verbannen worden). En tenslotte moet de regering afzien van het opleggen van beperkingen aan de alcoholreclame, dus afzien van het plan om tot 21.00 uur geen alcoholreclame toe te staan via radio en TV.

De alcoholbranche stelt voor om die aanpak te formaliseren door een bestuurlijke afspraak tussen de branche en de overheid. De branche wil dus meeregeren, en daarbij zaken op voorhand voor jaren vastleggen. Dat ongeacht de mening van de Tweede Kamer, ongeacht zich wijzigende situaties in de samenleving, ongeacht voortschrijdend wetenschappelijk inzicht, enzovoorts.

In feite stelt de branche voor dat de regering zich erop vastlegt om de aanpak van de alcoholproblematiek te versmallen tot uitsluitend een aanpak van het drinken beneden de leeftijd van 16 jaar. Dan blijft de omzet van de branche nagenoeg op peil. Zo zou de commercie weer eens voorrang krijgen op de volksgezondheid.

Zo'n versmalling van de aanpak is echter iets waar geen zichzelf respecterende minister van Volksgezondheid ooit mee accoord zou mogen gaan.

Dingeman Korf