Stichting ANGOB

 

KENNISINSTITUUT BIER:
WETENSCHAPPELIJK RECLAMEBUREAU BIERBROUWERS

De Nederlandse brouwers willen met behulp van de wetenschap het imago van hun product verbeteren. Daartoe heeft het Centraal Brouwerij Kantoor (CBK) februari 2009 het Kennisinstituut Bier opgericht. De vraag is dan wat er gebeurt met wetenschappelijke kennis die het imago niet ten goede komt.

Het Kennisinstituut Bier (KIB) pretendeert te zijn "het wetenschappelijke instituut op het gebied van verantwoorde bierconsumptie in relatie tot gezondheid". Theoretisch behoeft het instituut dus met geen woord te reppen over onverantwoorde bierconsumpie. Het kan dus een selectieve keuze maken uit de wetenschappelijke kennis die het wil verbreiden. De naam "kennisinstituut" doet het echter voorkomen alsof alle wetenschappelijk verantwoorde kennis in gelijke mate wordt uitgedragen.

De naam kennisinstituut suggereert bij het publiek een objectief en breed gericht instituut. Zowel naar doelstelling als naar praktijk tot nu toe (daarover later meer), voldoet het instituut hier niet aan. De naam is dus misleidend.

Verder verwacht het publiek bij de naam kennisinstituut dat het gaat om een geheel onafhankelijke instelling, vrij van beïnvloeding door financiers, door belanghebbenden of door adverteerders. Een instelling vergelijkbaar met het Trimbos Instituut, het Voedingscentrum of ook de Consumentenbond (die weigert principieel advertenties op te nemen). De oprichting door het CBK en de samenstelling van het bestuur wijzen echter in een geheel andere richting.

In het bestuur van het KIB hebben zitting twee vertegenwoordigers van de brouwerijsector (één van Heineken en één van het CBK) en drie hoogleraren. De belanghebbende sector is dus in het bestuur door twee personen vertegenwoordigd. Uit een oogpunt van objectieve informatieverstrekking kan dat als belangenverstrengeling worden beschouwd.
Voorzitter is professor Frans Kok, hoogleraar voeding en gezondheid aan de universiteit van Wageningen. Hij verklaarde tegenover een journalist van Trouw : "Je wordt niet dik van bier, wel van de snacks die je erbij eet". Aantoonbaar onjuist, van bier wordt je wel degelijk dik. Daarnaast hebben zitting prof. J. v.d. Pligt (Amsterdam, sociale psychologie) en A. Astrup (Kopenhagen, humane voeding). Deze laatste is in eigen land enkele malen in opspraak geweest wegens belangenverstrengeling.
De Nederlandse hoogleraren hebben inmiddels kritiek gekregen van collega-hoogleraren. Die erkennen het recht van de brouwers om het imago van hun product te verbeteren. Maar zij zijn van mening dat wetenschappers zich daar niet voor behoren te lenen. Zij zouden zich moeten vrijwaren van elke schijn van partijdigheid.

Het KIB heeft inmiddels een folder uitgebracht getiteld "Bierwijzer". Voor een deel gaat die over de calorieën in bier, in andere dranken en in snacks. Daar staat de conclusie naast : "Bier, wijn en gedistilleerd bevatten allemaal rond de 100 kcal per standaardglas". Rond de 100 is wel erg vereenvoudigend gezegd. Het aantal calorieën per glas verloopt van 55 voor alcoholvrij bier, via 70 voor jenever en 110 voor pils tot 160 voor extra sterk bier.
De dikmakende werking van bier komt echter niet alleen uit de calorieën, maar ook uit de hop of het hopextract dat door het bier gaat. Bestanddelen uit die hop beïnvloeden de stofwisseling, waardoor de afzetting van vet in het lichaam toeneemt. De folder zwijgt over de hop.
Positief punt is dat de folder een uitgebreid citaat uit de "Richtlijnen gezonde voeding" van de Gezondheidsraad afdrukt. Daar lezen wij "Alcoholgebruik wordt ontraden voor jongeren beneden de 18 jaar, vrouwen die zwanger zijn of dat kunnen of willen worden en vrouwen die borstvoeding geven".

De positieve indruk wordt in de volgende alinea echter meteen weer teniet gedaan. Zo wordt er ongeclausuleerd gesteld dat matig alcoholgebruik de kans op hart- en vaatziekten verlaagt. De clausule dat dit alleen lijkt te gelden voor mannen boven de 45 en vrouwen nà de overgang ontbreekt. Evenzo de clausule dat het alleen lijkt te gelden voor mannen en vrouwen die al jarenlang drinken, zodat het mogelijk een placebo effect kan zijn.
Vervolgens stelt de folder dat er aanwijzingen zijn dat matig alcoholgebruik beschermt tegen ouderdomssuikerziekte. Wij hebben enkele jaren geleden in dit blad, op grond van diverse wetenschappelijke publicaties al geconstateerd dat er uitsluitend sprake is van symptoom onderdrukking en niet van bescherming tegen de dieperliggende oorzaken van ouderdomsdiabetes.

Zoals van een folder van een bierinstituut verwacht mocht worden, probeert men de verschillen tussen bier en wijn weg te redeneren. "Deze effecten kunnen met name worden toegeschreven aan de alcohol". Alle literatuur over de positieve effecten van flavonoïden op hart en bloedvaten, wordt zo de prullenbak ingeveegd. Flavonoïden zijn aanwezig in alle rode wijn (zij het in verschillende hoeveelheden), en afwezig in bier en sterke drank.

Geheel afwezig in het gedeelte over de gezondheidseffecten, is vermelding van de relatie tussen alcohol en kanker. Alcohol veroorzaakt en/of verergert diverse vormen van kanker. Deskundigen van het WCRF concluderen dat er voor dat effect geen veilige ondergrens bestaat voor de alcoholinname. Daarnaast ontbreken nog een aantal zaken van wat minder belang
Het KIB is dus selectief met betrekking tot het wel of niet vermelden van wetenschappelijke kennis. Daarmee pleegt het eenzijdige voorlichting.

Dingeman Korf