Stichting ANGOB

 

ALCOHOL STEEDS MINDER TOELAATBAAR

De afgelopen maanden is het drinken van alcohol steeds meer onder vuur komen te liggen. De wetenschap is het er al jaren over eens dat veel alcohol slecht voor de gezondheid is. Maar hoeveel is veel? De wetenschap is al vele jaren bezig de grens tussen veel en weinig naar beneden te schuiven. Het eerst zagen wij dat aan de strafbaarheidsgrens voor het bloedalcoholgehalte. Van 1,0 promille ging die naar 0,8 promille, later naar 0,5 promille en nu wordt er serieus gesproken over 0,2 promille.

Bij het maximum aantal glazen drank dat je zonder gezondheidsschade kunt drinken, zien we hetzelfde. Eerst lag de grens bij 4 glazen per dag. Dat werd “sociaal drinken” genoemd. Dronk je vier glazen op één avond, dan bleef je nog beneden de 1,0 promille bloedalcoholgehalte. Maar de Gezondheidsraad stelde in 2005 al dat zwangeren zich geheel van alcohol dienden te onthouden. In 2006 stelde de Gezondheidsraad de “veilige grens” op 2 glazen per dag, in navolging van de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO). In 2013 kwam het KWF tot de conclusie dat om je kans op kanker zo klein mogelijk te maken, je het beste helemaal geen alcohol kon drinken.

In 2015 verlaagde de Gezondheidsraad de toelaatbare dagdosis naar maximaal 1 glas , en stelde bovendien dat het allerbeste was om in het geheel geen alcohol te drinken. Een advies dat nogal wat controversen opriep, maar sindsdien door aanvullend onderzoek flink versterkt is.

De opeenvolgende verlagingen van de grens zijn een gevolg van het feit dat de wetenschap steeds nauwkeuriger meetmethoden heeft ontwikkeld. Daardoor zijn steeds kleinere hoeveelheden alcohol in het bloed aantoonbaar geworden. Dat was één van de aanleidingen voor de verlaging van de strafbaarheidsgrens in het verkeer. Ook zijn steeds kleinere afwijkingen in de werking van organen aantoonbaar geworden. Daardoor kunnen zich ontwikkelende ziekten eerder ontdekt worden, zodat de kans op genezing groter is, of de handicap van die de ziekte kleiner blijft.

De alcoholbranche staat op het standpunt dat alcohol een gewoon consumptieartikel is, je moet er alleen maar verstandig mee omgaan. De gemiddelde consument acht zichzelf verstandig, dus zal hem niets gebeuren denkt hij. Maar hij vergeet dat tien procent van de regelmatige consumenten al verslavingsverschijnselen vertoont. Zij voelen zich niet lekker als zij hun dagelijkse glaasje niet krijgen, gaan slechter slapen, krijgen hoofdpijn of worden onrustig. De kans op lichte afkickverschijnselen is dus vrij groot.

De adviezen om uiterst weinig of liever nog helemaal geen alcohol te drinken, stuiten ook op weerstand door het hardnekkige geloof dat een geringe hoeveelheid alcohol goed voor hart en bloedvaten zou zijn. Dat is een theorie opgesteld om de “Franse paradox” te verklaren. Een theorie die de liefhebbers van een wijntje goed van pas kwam en waar zij dus meteen geloof aan hechtten. Maar inmiddels zijn er betere verklaringen voor die paradox gegeven, en is bewezen dat dit gunstig effect van alcohol niet bestaat.

Dr.ir. D. Korf